Dit bericht troffen we midden in de Stille Zuidzee aan, tjdens de jaarlijkse lentecruise van de redactie. Uit respect geven we het zonder commentaar door.
L.S.
Het is me droef te moede. Kop op, zult u nu zeggen. Mijn recente essay over sociaal netwerken is immers uitstekend ontvangen door 62% van mijn internet-vrienden. De 38% die ik als gevolg daarvan uit mijn leven zal moeten verwijderen, ach, hoeveel tijd kost dat nou? Eén simpele muisklik en het is geregeld. En die paar honderd heb ik er toch binnen de kortste keren weer bij.
Natuurlijk heeft u gelijk. Maar toch.
Vaak denk ik met weemoed terug aan de tijd toen het op het Internet nog ècht leuk, gezellig en lief was. Bijvoorbeeld vlak nadat ik dat in essentie prachtige medium had uitgevonden. Wat hadden mijn drie echte kameraden en ik een plezier in die dagen. Heerlijk. We gaven elkaar de titels van inspirerende boeken en grammofoonplaten door en bespraken die via berichten op het scherm onder het genot van een goed glas wijn. Alles keurig netjes en beschaafd, zonder een onvertogen woord. En elke avond gingen we gewoon op een normale tijd naar bed.
Kom daar nu nog maar eens om.
De mensen lijken dezer dagen alleen nog maar geïnteresseerd in plattitudes. Ze posten in het holst van de nacht links naar websites die nauwelijks serieus te nemen zijn en gedragen zich op zijn zachtst gezegd onbetamelijk als ik een link geef die weliswaar misschien dan wat ouder is dan een week, maar nog steeds hoogst interessant. Zeg nu zelf, het is toch beneden alle peil om dat belachelijk te maken? Na alles wat ik voor het internet en zijn gebruikers tot stand heb gebracht?
Ik heb dan ook besloten om me terug te trekken op een eiland en daar alleen nog maar berichten over mezelf te schrijven die niemand lezen zal, terwijl ik me elke dag bedrink aan de bourbon. Daarnaast overweeg ik serieus om vlees van dode dieren te gaan eten. Misschien zoek ik zelfs wel een leuke vriendin. Wat maakt het immers allemaal nog uit.
Ik ben het zat.
Spuugzat.